Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soorten van woningen ook rijk zijn aan soms mooie boomen. Staat men voor het hotel van den heer Zondag, of liefst op het balcon der étage, dan maakt de groote brink, tusschen de eerwaardige kastanjes door gezien, met zijn houtgewas links en rechts, dat verderop van beide kanten tot het midden nadert, tot het een breede laan vormt, die naar het station Vries— Zuidlaren voert, een werkelijk grootschen indruk. In Drenthe is de grond goedkoop en bij den aanleg der dorpen heeft men daarom van de ruimte een kwistig gebruik gemaakt, zoodat ook het kleinste gehucht daardoor een prettig en royaal voorkomen heeft, en aangenaam aandoet. Maar Zuidlaren heeft die eigenschap in hooge mate. Het herinnert mij iets aan Zeist.

De zuidwestelijke hoek van den plattegrond sluit aan bij de bosschen, waarvan tot groote schade voor de wandelaars het

Portaal van het westelijke steengraf te Midlaren.

gesticht Dennenoord zulk een grooten, met sloot en wal omheinden lap in beslag neemt. Er is evenwel nog een zeer fraai gedeelte^ over, bij de talrijke bezoekers van het dorp als „de boschjes w el bekend. De noordelijke en zuidelijke zijden van den vierhoek grenzen aan de esschen, hier bij gedeelten „akkers" genoemd. Zoo heeft men de Walakkers, de Winkelakkers, de Leenakkers en misschien meer andere. De oostzijde ligt vrijwel op den hier niet zeer hoogen rand van den Hondsrug en sluit dus aan bij de maden van het Oostermoersche.

Dr. H. Blink, de welbekende aardrijkskundige, zelf een Drenth, heeft voor een paar jaar in een verhandeling') het dorp van zijn Heimat als volgt getypeerd.

„Schier nergens vindt men zulke schilderachtige, pittoreske buurten en dorpen, als de nakomelingen der oude nederzettingen op

1) Tijdschrift K. Ned. Aardrksk. Genootschap 1901. bl. 766.

Sluiten