Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te Zuidlaren te passeeren. Voor een grooteren toer vindt men nog maar weinig liefhebbers. Ik heb er meermalen gemaakt. 7oo ben ik met twee jonge dames van het station Zuidlaren over Gasteren, Anloo en Eext naar Gieten gewandeld, goed 3 uur gaans, waarvoor ik vijf uur rekende; daar hebben wij tusschen de koffie en het eten nog een loopje over den Hondsrug gedaan en zijn na den eten naar het dorp Zuidlaren gegaan een kleine drie uren, waarvan het laatste stuk dan wel \\at vermoeiend. Wij namen er vier uren voor, om op het laatste mooie puntje van den weg nog een weinig te zitten. Wij hebben dien dag 8 uur gemarcheerd. Maar als men vroeg in t voorjaar begint met nu en dan een fermen toer te doen, dan oefent men zich zoo, dat men na een groote wandeling als deze, na een voortreffelijke nachtrust, den anderen dag van geen vermoeidheid of stijfheid meer weet.*) Natuurlijk moet men op zulk een dag vroeg uit de veeren en met den eersten trein op reis

gaan.

,Wer recht in Freuden wand'ren will,

"Der geh' der Sonn' entgegen."

En de heldendaad van het vroeg opstaan beloont zich zelf terstond Het is geen onwaarheid, dat de morgen het opwekkendste deel is van den dag. Hoe prettig de stemming van t gezelschap is, merkt men al bij de ontmoeting aan het hoofdstation. En zoo blijft zij den geheelen dag. Een geheelen dag er aan geven, om een groot voornemen door eigen kracht te volbrengen, daarbij door een goede verdeeling van marcheeren, zitten en liggen zorgende, dat hart en longen de gelegenheid hebben om voortdurend en in voldoende mate aan het bloed, en zoo aan hersens en spieren, de extra-energie toe te voeren, waaraan deze bij den extra-arbeid behoefte hebben; gezelligheid te genieten gepaard aan natuurgenot — er is geen sport, die meer voldoening geett. En is dat nu niet waard, dat men er eens vroeg voor opstaat i Men betaalt daarmede het genot praenumerando, en dat doet men niet graag. Postnumerando, dat gaat beter. Een avond pret maken, heel laat te huis, doodop naar bed, een gat in den dag slapen en onlekker opstaan, dat ligt meer in de gebruiken en men getroost het zich. Men denkt alleen over het begin.

3" Ik zal nu ettelijke toeren aangeven en er een beschrijving bijvoegen van wat ik noodig acht. Ook verslagen van gedane

11 Ik mag ongeoefenden er wel op wijzen, dat men bij zulke toeren\ moet hebben- goed schoeisel, niet te ruim, vooral niet ergens knellend, en met lage, breede hakken. En dan fijne kousen, waarin geen plooi mag voorkomen.

Sluiten