Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Gasleren.

Wegen, er heen:

a. Daarvoor kan men kiezen den weg no. 2 a, die ons tot Oude Molen brengt. Of ook no. 2 b, d, die ons zooeven tot den handwijzer: Zuidlaren—Vries—Assen heeft gebracht. Bij dezen staande, zien wij den kleinen windmolen op drie minuten afstand van ons — ja wel! dat schijnt zoo; maar het oog taxeert hier fout. Het gaat door de ruwe heide, een pad is er niet Rechtuit dus door de heide! 't Valt mede, wat de temperatuur aangaat, zelfs al brandt de zon. Die bruine, dikbegroeide hei kaatst bijna geen warmte terug. Maar 't gaan is lastig en de zolen worden een beetje glad.

Als wij dicht bij den molen zijn gekomen, zien wij links van ons een paar grafheuvels. Het uitzicht geeft niets bijzonders. Men kan zien, dat er in gegraven is. Er zijn een groot aantal van deze oude gedenkteekenen over Drenthe (en over andere vaderlandsche heiden) verspreid. Vele dateeren uit den bronstijd en leveren urnen met lijkenasch op en voorwerpen, uit brons vervaardigd.

Oude Molen is geen groot gehucht. De meeste huizen staan langs den zeer teekenachtigen, boomrijken weg, dien wij bij den molen zien beginnen. Vooral in de vroegte is die weg bijzonder mooi. Als wij de huizen zoowat voorbij zijn en de heide vervangen zien door groengronden, die de nabijheid van een stroom aanduiden, slaan wij den zijweg naar links in. Hadden wij doorgeloopen, dan zouden wij spoedig een herberg hebben gezien; die komt ons later te pas. Wij gaan dus links en hebben na een paar minuten het Oroote of Oude-Molensche Diep bereikt. Later stroomt het voorbij Schipborg en heet daar weer anders. Een mooi punt, de brug, om eens rond te zien. Een dag of wat geleden was ik hier. Het vroor een graad of vijf; maar een warm zonnetje stond aan den blauwen hemel en bescheen het berijpte winterkoren. In de slooten lag helder ijs, geheel doorzichtig. Elk sprietje, dat door het ijs omhoog stak, was op het ijs versierd met een bobèche van ijskristalletjes. In het water van het vlug stroomend riviertje dreven ijsschollen, die tegen elkaar en tegen de oevers dreven, dan eens bleven hangen aan een tak, die in 't water stond, dan weer loskwamen en draaiend vooruitschoten, afbrokkelden, krakend in tweeën sprongen en alles vertoonden, wat men bij ijsgang op groote rivieren ziet plaatsgrijpen. Iets hoogerop wordt dit diep door de samenvoeging van twee kleinere gevormd, alle contribuanten van de Drenthsche A te Groningen.

Sluiten