Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en bootnen bezette dijkjes. Weldra treden wij het dorp binnen en wel bij den hoek van het ruime kerkplein De school de onderwijzerswoning, de pastorie en een paar goed uitziende b e renwoningen (langhuizen, dus een oude vorm) omgeven het plein. Zoo zijn wij dus weer aangeland, waar wij wilden zijn.

Wij zijn uitgerust en opgefrischt. Nu gaan wij de kerk bekijken. Wii zien dat het gebouw op een plein staat, dat voor een deel, Sjv. bi, het punt, waar wij het betreden, door een lagen muur is afgescheiden van den weg of de straat daarnaast, juist bij dat punt zien wij groote platen graniet in den muur opgenomen. Hoogstwaarschijnlijk zijn deze van vroeger heidcrische monumenten" afkomstig. Zij doen ons zien, hoe de menschen van een 4000 of 5000 jaar geleden, platen uit groote granietkeien wisten te maken. Ik heb daar vroeger al van gesproken. Langs een kerkpaadje naderen wij het gebouw. Hebben wij van den koster (bij de kerk) den sleutel gekregen, dan gaan wij het gebouw door den toren in. Wij zien de ruimte van de eigenlijke oude kerk, daarachter het koor. Wat den bezoekJet meest zal treffen, zijn een paar nog vrij gave grafzerken, de mooiste en oudste van Cornelia Rembertina Maria Ellents geboren Iddckinge overleden 1712, en van haar echtgenoot Wolter Hendnk Ellent's, fraai versierd met de familiewapens. De andere steen dekt

Willem Rudolf Grevylinck, overleden in 1806. HefTs'er'dus

het verzoek, dit graf niet aan te roeren voor 1007 Het is er dus spoedig aan toe, dat dit mag gebeuren. Ik zou het de moeite waard vinden, deze zerken dan op te nemen en in den koormuur te bevestigen. Dan blijven ze bewaard. In andere kerken moest men hetzelfde hebben gedaan. Of men moest ze overbrengen

naar het museum te Assen.

Voor het koor lezen wij met groote letters:

Non clamor sed amor sonat in aure dei. ' Dat is een spireuk, dien men wel wat beter mocht betrachten.

In den noordelijken buitenmuur van de kerk is een zerk gemetseld waarop een naar mij dunkt niet kwaad gemodelleerd beeld van een man in ridderkleedij, iets minder dan levensgroot. Het aangezicht is nog al verweerd en daardoor onkenbaar ge-

worden. Een opschrift ontbreekt. t ,

Nog een oogenblik zal deze kerk ons bezig houden. In den Drentschen Volksalmanak van 1892, bl. 73, bespreekt de heer E Pelinck te Winschoten het oudste Charter, dat betrekking heeft oP Drenthe. Het is van 18 Juni 820 en hande t over de kerk te Arto in het landschap Threant." Dat kan mets anders zijn dan het dorp Anloo. Uit dat stuk blijkt dat zekere Ricfnd vermoedelijk de latere Utrechtsche bisschop, die kerk met

Sluiten