Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet gezelschap zouden hebben gehouden. Zij vindenj,,datje er niets te maken hebt" en gaan er nooit in.

Een half uur zuidwaarts ligt de „Derbingskuil". Op de kaart staat „Verbergingskuil". Er zijn meer van die voorwerpen in dezen omtrek. Men heeft ze ook in Qaasterland gevonden en in heel Noord-Duitschland zijn er. Men houdt ze voor familie van de diepe kuilen, die sommige lezers in den „Gletschergarten" te Luzern zullen hebben aangestaard. Zij zouden als deze zijn ontstaan door een bijzondere werking van het water, dat door de ijslagen van den gletscher in groote hoeveelheid heendrong en met kracht uit de onderzijde van deze den bodem bewerkte en uitspoelde. Meer kan ik er hier niet van zeggen.1)

Wij zien aan het eind van onzen weg, waar deze den straatweg Gieten—Rolde en den spoorweg nadert, de derde Oudheid, een zeer groot steengraf, in heel veel opzichten nog goed bewaard. Het is het grootste in ons gebied. Van den weg af voert een goed gebaand pad er heen. In het hutje aan den spoorweg wachten wij den trein af, die hier op zeker teeken stopt. Het plaatsbewijs geeft ons de conducteur in den trein.

e. Naar Gieten.

Uit het noorden komt de Oude Groninger weg. Hij gaat even voorbij den tol tusschen Annen en Eext, waar de weg een bocht maakt, rechtuit de hoogte in. Heeft men deze hoogte beklommen, dan zal men van het uitzicht genieten. Oernatuur! Wij vervolgen onze wandeling en komen telkens aan landschappelijk zeer mooie punten. Zij behooren al tot het uitgestrekte wandelterrein van Gieten en Eext, dat een zeer groote uitgestrektheid beslaat en hoog ligt. De aangrenzende esch gaat haast overal tot 20 meter. Er is veel bosch en een ruime keuze van met boomen beplante wegen, hier en daar weidegrond of een akker, op sommige plaatsen is het uitzicht vrij en reikt de blik tot Wildervank en Stadskanaal. Maar laat ik een raad geven: wil u niet te veel voorspiegelen, als gij den naam op de kaart leest: „Zwanemeerveld". Er zijn geen zwanen, er is geen meer, ja er is geen water te bekennen.

Op kleinen afstand van Gieten passeeren wij de begraafplaats. Daarna krijgen wij al spoedig de eerste huizen te zien. De lange en breede Brink vormt als het ware de hoofdstraat. Zware, oude boomen versieren hem, maar als ik mijn herinnering mag vertrouwen, stonden er jaren geleden veel meer. Rond om den

1) Dr. Volksalm. 1891, bl. 222. Zeer lezenswaardige verhandeling van Dr. J. Lorié.

Sluiten