Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Arceeren. Dit met lijnen afteekenen noemt men „arceeren". De teekening gaat door deze wijze van afmaken eenigszins op een gravure gelijken. Men kan langzamerhand donkerder worden, doch vermijde steeds mart worden. Om de toonwaarde der schaduw te bepalen, zette men naast het model een zwarte hooge hoed; diin ziet men eerst wat zwart is. Een vel wit papier naast het model is nuttig om op te merken, wat daarin wit is. Men gebruike voor liet invullen der schaduw conté no. 2 of Hardmuth no. 2, en voor den halftoon conté no. 1 of Hardmuth no. 3. Een donkere achtergrond kan men behandelen met het zachtste krijt; een lichte naar verhouding.

In een gearceerde teekening mag men niet vegen met vlakelastiek of doezelaar, daar het wit van het papier tusschen de lijnen alsdan wordt opgevuld met het krijt, dat door de lijnen wordt losgelaten. Men kan wel de teekening geheel en al zoodanig behandelen, maar beide wijzen van doen laten zich slecht vereenigen.

Doezelaars. Een doezelaar is een stijf opgerold stukje zeemleer of papier. Dit rolletje is aan beide zijden afgeslepen tot een punt. Men vervaardigt ook doezelaars van vliermerg of van kurk. Veegt men luchtig met zoo'n rolletje door de gearceerde schaduwen, dan wordt de tint vlak, doch veegt men te stevig en te langdurig, zoo wordt het papier glad en neemt alsdan moeielijk nieuw krijt aan.

Doezelkrjjt. Men kan ook zonder eerst te arceeren, de schaduwen aanzetten met doezelkrijt, dat zeer zacht is en vooraf gewreven wordt op een in een omslag geplakt stukje zeemleer (doezelboekje), hetgeen dan dienst doet als palet met den doezelaar als kwast. Deze methode is een weinig uit den tijd, en is den beginner vooral te ontraden, omdat de teekening der omtrekken op deze wijze gemakkelijk verloren gaat.

Met vlak-elastiek brengt men de schakeeringen in den toon, terwijl de papieren doezelaar dient de tinten vlakker en fijner te wrijven.

Sluiten