Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat zij noch in Tempera, nocli in olieverf geschilderd hebben, maar die beide vereenigden. Wellicht is dat de uitvinding van Jan van Eyck geweest. Men vermoedt, dat het bindmiddel der verven petroleum is geweest, doch zekerheid daaromtrent kon men niet verkrijgen. De kleurstoffen worden voor olieverf gewreven met lijnolie of papaverolie. Lijnolie droogt spoediger en verkrijgt meer hardheid en blijft doorschijnender dan papaverolie; doch zij is kleveriger en wordt gemakkelijk zuur. In 't laatste geval ontstaan er in de tubes chemische verbindingen met verschillende kleuren, vooral die welke aluinaarde tot basis hebben, zooals b. v. de lakken, die dan als caoutchouc worden. Men kan ze in dat geval gerust wegdoen, daar ze nooit meer volkomen droog zullen worden. Verfstof, die met zure olie gewreven wordt, is een der hoofdoorzaken van het barsten der schilderijen.

Een schilderij bestaat uit drie zeer te onderscheiden gedeelten: le het vlak, waarop men schildert: hout, linnen, steen, papier enz.; 2e de grond, waarmede het vlak bedekt is; 3e de schildering, gevormd door de opvolgende lagen kleurstof, die men op den grond aanbrengt.

Men heeft in de vroegste tijden geschilderd op hout, gelooide huiden, lava, marmer, lei, metalen, kalkmuren en zelfs op den metselsteen, na die verzadigd te hebben met hars, die men door de warmte van een komfoor er deed indringen. In de middeleeuwen schilderde men hoofdzakelijk op eiken- en populierenhout. De samenvoeging der planken, die het paneel vormden en de grond daarop werden gemaakt van dierlijke lijm of van een mengsel van meel met krijt of gips, of van kaas en kalk, welke laatste grond het standvastigst is.

Het linnen kwam in gebruik in Italië na Raphaël en in de Nederlanden na Rubens. Gebruikte men in den beginne dezelfde gronden van lijm en krijt, langzamerhand maakte men deze al dunner en dunner totdat men ten slotte geheel geen ondergrond meer toepaste. Maar al spoedig bemerkte men toen, dat het linnen, in directe aanraking met de olie, daardoor verbiandde en men maakte toen opnieuw een ondergrond van lijm om het linnen te beveiligen tegen de olie. Men stelde zich evenwel tevreden met gelatine, die

3

Sluiten