Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die zij genoot, zoo diep in de schulden gestoken, dat zij gedwongen was hare eigendommen te vervreemden. In het jaar 1505 stond zij zelfs haar recht op de wijntap aan de stad af en toen dit niet toereikend was om haar staande te houden, ging zij over tot het verkoopen van haar Doelen. Dit alles kon niet baten en in 1516 luidde haar einde. Onmiddellijk daarna was het „le roi est mort, vive le roi"; er werd een nieuwe broederschap opgericht, die een jaar later hare bevestiging kreeg. Zij bestond uit tweehonderd kloveniers, gekozen uit de andere schutterijen, en aan haar werd Swycht Utrecht tot vergaderplaats aangewezen en buitendien werd haar het Sint Xicolaas-altaar in de Oude Kerk afgestaan.

Tengevolge van de vergraving of van het dempen van grachten bij de uitbreiding der stad, namen de inkomsten der visscherij af en gaf dit aanleiding tot geharrewar tusschen de doelens.

Den 3en Juni 1594 trad de Vroedschap tusschenbeide en gaf aan de Overlieden permissie, hare doelens aan eerlijke lieden tot een redelijken prijs te mogen verhuren, „mits dal Burgemeesteren ende die van den Gerechte altvt vóór anderen in maeltyden en bancketten zullen worden geprefereert, ende de knechts van de doelens met aenspreecken van de schutters ofte andere lasten, ter discretie van de overluvden, sullen blyven beswaert; met welck incomen sy hare geledene schade ryckelyck sullen comen te beteren, ende de doelens en de woningen onderhouden."

De visscherij is naderhand door de stad overgenomen en elk der doelens kreeg daarvoor eene jaarlijksche vergoeding van 300 gulden.

Gedurende de Spaansche troebelen waren de schutters-exercitiën achterwege gebleven tot het jaar 1576. In 1578, na den overgang der stad tot het Prinselijk gezag, werden de schutterijen en de doelens weder op den ouden voet hersteld en twee jaar later, in 1580, werden de schutters onder den krijgsraad getrokken.

Allengs nam het schieten op de schijf af, zoodat het meeren-

Sluiten