Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den oorlog een vermindering van ƒ 100 per jaar op de huur te krijgen, hetgeen hem goedgunstiglijk wordt geaccordeert.

Zooals wij hebben gezien was de kunstminnende Arent van Leeuwenberg er waard in 1700, en werd er in 1703 opgevolgd door zijne weduwe Dorothea Paulus, die 1200 gulden huur betaalde.

Haar opvolger Jan Verburg verkreeg het gebouw na 1703 voor verminderde huur; eerst voor ƒ 1000 met de conditie van 2 jaren optie voor ƒ1100. Hij spon echter geen zijde bij zijn kasteleinschap, geraakte insolvent en daardoor moest de Doelen tijdelijk gesloten worden, een groot gemis voor de op gezelligheid beluste burgers.

Zijn insolventie had treurige gevolgen voor de Stadskas, want het was daarna moeilijk er een liefhebber voor te vinden. Ten slotte presenteerde zich Jan Hoos, maar hij betaalde slechts een zeer geringe huur, namelijk ƒ6 50 voor 1705,/700 voor 1706, ƒ750 voor 1707 en ten laatste ƒ1000 voor 1708 en 1709; zijn opvolger Osewout Colson betaalde hetzelfde in 1710.

Na eene groote vertimmering van den Doelen, die in Maart 1714 voltooid was, verbetert de huur eenigszins. Van 1716 tot 1723 vinden wij er Cornelis Immerseel, die eerst 1700 gulden betaalde, doch voor de jaren 1722 en 1723 slechts 1450 opbracht. Onder diens beheer, greep een incident plaats dat wij uitvoerig willen mededeelen, als eene bijdrage tot de kennis van het schrijven van rekeningen in die dagen.

De Hollandsche resident te Moskou gaf bij zijne aanwezigheid te Amsterdam den 30 Augustus 1721 ter eere van het sluiten van den vrede tusschen Rusland en Zweden een groot diner in den Kloveniersdoelen, des anderen daags gevolgd door een bal. Z. F., ontving daarop de volgende rekening

Mijnheer den Resident Christoffel Brands debet aan Maria Hulschman, Castelynsche in de Colveniersdoelen te Amsterdam.

Voor een tractement van drie Tafels en een op

't Baal ƒ 3224.

Transporteere. . . . ƒ 3224 —

Sluiten