Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waren Wijnand van Hulst, vroeger kastelein in 't Heerenlogement. Gosewijn Xunninkx, kastelein in de van der Helstdoelen (de tegenwoordige l niversiteitsbibliotheek) en George Me ver. kastelein in de Munt.

Deze driemanschap kwam tot de conclusie, «.lat Jufvrouw Hulschman zich om ƒ3500 verrekend had en zy dus genoegen moest nemen met de somma van 10206 gulden, welke haar dan ook door den Resident uitbetaald werden.

Het geschil veroorzaakte in die dagen nog al veel gerucht.

Na dit tvdstip komt de opbrengst van de Kloveniersdoelen op een veel hooger peil. Jan Hendrik .Mos betaalde in den aanvang ƒ 2300, later ƒ 2350.

In 1737 bedongen de Tresorieren van Alexander de Lancer een jaarhuur van ƒ 4000, waarvoor borgen bleven Huvbert de Wit, kastelein in het Oude Heerenlogement en de wijnkooper Jacobus Bodisco.

Niet lang echter handhaafde zich dit hooge peil want in 1740 betaalde Johannes Hageman er slechts ƒ2300. Hij bleef er tot 1760 en stond de huur of aan Frederik Stoelman, die er na 1765 ƒ2400 voor betaalde.

In 1773 had nogmaals eene belangrijke vertimmering plaats waarna de huur, die nog steeds in handen was van Frederik Stoelman, verhoogd werd tot 3100 gulden.

In Mei 1799 stond de huur op de namen van Stoelman en Frederik Louis Immes.

In 1802 vergaderden daar ter plaatse nog de schietcolleges en werd er op het tegenoverliggende erf vermoedelijk nog geschoten. Kik half jaar hielden deze gezelschappen er hunne maaltijden, waarbij nog lustig gedronken werd en de oude gewoonte gehandhaafd bleef om een bokaal van den inhoud van een halve flesch in een teug te moeten ledigen op straffe van de verbeurte van een halven geranden rijder.

Op 10 Juni 1808 ontving de Burgemeester van Amsterdam eene aanschrijving van den Minister van Finantien om uit kracht van eene ingekomene koninklijke decisie, uitdrukkende

Sluiten