Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de beginne weinig beduiden, ze zal met de jaren stijgen. Mochten ondanks die produktie de kosten van 't onderwijs toch nog belangrijk stijgen, ik ben er innig van overtuigd, dat ze der maatschappij dubbel, ja meer dan dubbel vergoed zullen worden door de meerdere lust, de meerdere takt, de meerdere eerbied van de arbeider voor z'n werk.

Heeft zo G.G.B. in de verre toekomst voor het onderwijs haar taak te vervullen, ook in de naaste toekomst heeft ze die, want 't spreekt vanzelf, dat we met de organisering van 't onderwijs op deze voet niet behoeven te wachten tot de organisering der gehele maatschappij in de G.G.B.-richting vervormd is. En op de wettelike veranderingen behoeven we ook niet te wachten. Och wij armen, als wij dit bestonden!

Evenmin als G.G.B. de vervorming der maatschappij door urenlange redeneringen aan de Twede Kamer heeft overgelaten, maar heeft aangepakt en is begonnen door middel van haar produktieve associaties reeds nu zich betere arbeids- en bestaansvoorwaarden te scheppen, zo behoeven wij inzake 't onderwijs evenmin te wachten; onze Humanitaire School is er 't voorbeeld van. Hoe meer G.G.B. zich in de loop van de tijd zal ontwikkelen; hoe meer krachten zich aan haar zaak zullen wijden, hoe spoediger zal 't verlangen en de behoefte ontstaan aan, laat ik t noemen, 'n G.G.B.-school en die behoefte zal zich 't eerst daar doen gevoelen waar de meeste werkplaatsen gecentraliseerd zijn, zoals 't op „Walden" reeds enigermate 't geval was, helaas was. En dan zullen meteen de voorwaarden voorhanden zijn, die 'k in 't voorgaande stelde aan goed onderwijs in 't belang van individu en maatschappij. Dat men zich duidelik z'n taak in dezen bewust zij, als 't eenmaal zover gekomen is, is m'n innige wens. Dan zal ook de innerlike organisatie zich wel vinden.

Ik heb gezegd!

COR BRUIJN.

LAREN, 6 April 1907.

Sluiten