Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den hoogsten, de noemer dat van den laagsten der twee tonen uitdrukt.

Staan de trillingsgetallen tot elkaar als 2 tot 1, dan zegt men, dat de eerste toon het octaaf van den tweeden is. Deze tonen geven den reinsten samenklank: het is, alsof men één toon hoort.

Is de verhouding der trillingsgetallen f, dan noemt men het interval een reinen quint.

§ 4. De afstand van een toon tot zijn octaaf verdeelt men in 7 deelen, m. a. w. men onderscheidt tusschen deze beide tonen nog 6 hoofd- of stamtonen.

De natuurlijke verhouding der trillingsgetallen van deze tonen is:

1 (grondtoon) 2345678 (octaaf)

, 9 5 4 3 s is ,

1 ¥ ( x ï 3 » 2-

Men bestempelt deze tonen met de namen do (ut), re, mi, fa, sol, la, si, do. Het octaaf van een toon draagt denzelfden naam als de toon.

Noemt men den eersten toon, den grondtoon, in bovenstaande rij, c, dan heeten de volgende: d, e, f, g, a, b en c.

§ 5. Schrijven we de bovenstaande betrekkelijke trillingsgetallen nog eens op, en berekenen we de intervallen.

Wat blijkt ons? Tusschen de tonen c en ƒ en tusschen b en c liggen de kleinste intervallen. Daarom heeft men tusschen elk der vijf andere intervallen nog een toon gevoegd. Zulk een toon is een verhooging van een naastliggenden lageren, of een verlaging van een naast-

Sluiten