Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 9. De F-slcutel wijst de plaats van f (klein octaaf) aan en wordt op de vierde lijn geplaatst. Op de vijfde lijn staat dan a, op de eerste G. Zie voorbeeld 4 en ,5. De van een kruisje voorziene noot in voorbeeld 5 wordt door den G-sleutel aangeduid en staat dan op de tweede lijn.

De F- en G-sleutel worden het meest gebruikt. Pianomuziek en muziek voor vierstemmig mannenkoor of gemengd koor plaatst men meestal op twee notenbalken: op den bovenste plaatst men den G-, op den onderste den F-sleutel.

§ 10. De C-slcutcl wijst de plaats aan van cx (c-eengestreept octaaf). Men onderscheidt; den Sopraan-sleutel, op de eerste lijn; den Alt-sleutel, op de derde lijn; den Tenor-sleutel, op de vierde lijn.

Voor zangmuziek worden ze tegenwoordig weinig meer gebruikt.

Sluiten