Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a. den heelen toon, d. i. de afstand tusschen twee tonen, die op naast elkander gelegen trappen liggen, en door een toon gescheiden zijn, b. v. c en d (gescheiden door cis of des), d en c (gescheiden door dis of es), es en f (gescheiden door e), b en cis (gescheiden door c), enz.

b. den grooten en kleinen halven toon, die door geen toon gescheiden zijn. Bij een grooten halven toon liggen de noten echter op verschillende trappen.

Voorbeelden: i. c-des, eses-des, eis-fis, b-c, enz.

2. c-cis, d-des, g-gis, enz.

§ 21. De grootte van een interval is niet altijd dezelfde.

Zoo is c-d een seconde, maar c-dis en c-des zijn ook seconden.

Bij c-d is de afstand een heele toon.

Bij c-dis is de afstand een heele en een kleine halve toon (c-d en d-dis).

Bij c-des is de afstand een groote halve toon.

Nu heet de seconde in 't eerste geval groot, in het tweede vergroot, in het derde klein.

Hieronder vindt men een lijst der verschillende intervallen ; de studie hiervan wordt den lezer zeer aanbevolen.

INTERVALLEN.

Sluiten