Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 22. Sommige intervallen zijn in toonafstand gelijk, maar verschillen in notenafstand. Zoo b. v. de vergroote seconde en de kleine terts (c-dis, c-cs). Zulke intervallen noemt men onharmonisch.

Men onderscheidt voorts consonneerende en dissonneerende intervallen. De eerste geven een bevredigenden indruk, de laatste laten het gehoor onbevredigd, doordat zij het verlangen naar een consonnant doen ontstaan, d. i. naar de oplossing van den dissonnant in een consonnant. Consonnanten zijn:

het rein octaaf, de reine quint, de reine quart; de groote terts, de kleine terts, de groote sext, de kleine sext.

De eerste drie heeten volkomen, de andere onvolkomen consonnanten.

Opmerking I. Men kan een interval omkceren, d. i. den hoogsten toon een octaaf lager, of den laagsten

Sluiten