Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Stem.

§ 64. Het eigenlijke stemorgaan is het strottenhoofd, aan het boveneinde der luchtpijp gelegen.

Strottenhoofd, op zijde. Strottenhoofd, van voren.

n. tongbeen; b. schildv. kraakb.; c. bekerv. kraakb.; d. ringv. kr.

Het is een korte, doch breede buis, een soort doosje, waaraan van boven het tongbeen is bevestigd. Vier kraakbeenderen vormen de wanden: het schildvormig, het ringvormig kraakbeen, en de twee bekervormige kraakbeenderen. Het eerste puilt, vooral bij den man, naar voren uit, welke verhevenheid den naam Adamsappel draagt.

Het strottenhoofd is van binnen bekleed met een slijmvlies, dat zich naar beneden in het slijmvlies der luchtpijp voortzet. Ongeveer op de plaats, waar de Adamsappel zich bevindt, vormt het slijmvlies twee paar plooien. Zij loopen van voren naar achteren, zoodat er twee rechts en twee links liggen. Men noemt ze stemspleetbanden en onderscheidt de bovenste en de onderste. Tusschen beide ligt een groeve: de boezem van Morgagni. v, u

Het strottenhoofd.

De stippellijn duidt het slijmvlies aan.

1 valsche, 3 ware stembanden; 2 boezem van Morgagni.

Sluiten