Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De bovenste banden zijn verder van elkander verwijderd dan de onderste; de spleet tusschen de beide bovenste wordt valsche, die tusschen de twee onderste ware stemspleet geheeten. Boven de eerste bevindt zich het kraakbeenige strotklepje, dat den toegang tot het strottenhoofd kan afsluiten.

Door kleine spieren kunnen het schildvormig kraakbeen en de bekervormige kraakbeenderen naar beneden getrokken worden, waardoor de stembanden in gespannen toestand geraken. Een klein spiertje, in elke stemband gelegen, brengt bij samentrekking de banden dichter bij elkaar en vernauwt alzoo de stemspleet.

Wanneer we in 't vervolg van stembanden spreken, bedoelen wij slechts de onderste.

§ 65. Hoe wordt nu de stem voortgebracht?

W anneer wij rustig ademhalen, zijn de stembanden min of meer slap en van het voortbrengen van een toon is geen sprake. Wanneer echter de stembanden gespannen worden en dientengevolge de stemspleet tot een zeer nauwe- opening verkleint, dan brengt de uitstroomende lucht de dunne randen der stembanden in trilling, dan wordt een toon voortgebracht. De hoogte van dezen toon is afhankelijk van:

1. de spanning der stembanden.

2. de sterkte van den luchtstroom.

3. de lengte en den vorm der stembanden.

Door de onder 3 genoemde wordt ook de aard der stem (soort van mannen- of vrouwenstem) bepaald; zie het hoofdstuk „register".

§ 66. Onder aanzetstuk verstaat men de ruimten boven het strottenhoofd, alzoo de keelholte, de mondholte en de neusholte.

De keelholte staat met de neusholte in verband door twee openingen, choanen geheeten.

Ten Have, Theorie van den Zang. 3e druk.

Sluiten