Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

^1/

stemmen zooals ze voorgesteld zijn, maar de tenorstemmen zijn in den ^-sleutel geschreven en dus een octaaf te hoog. De eerste maten klinken:

Bij gemengd koor plaatst men gewoonlijk de vrouwenstemmen in den g-, de mannenstemmen in deny^sleutel: dan klinken dus de stemmen, zooals ze voorgesteld worden. Dit is het geval met het volgend stuk van B. A. Weber, waarin de meeste der in de zangmuziek gebruikte voordrachtsteekens voorkomen. Daarbij is dit stukje, evenals het voorgaande mannenkoor uitstekend geschikt ter oefening van het crescendo en decrescendo.

60. Zeer lanqzaam. B. A. Webeiï.

Sluiten