Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oefeningen in de gr.-t.-toonladders van d, /', g en bes, in het derde stukje worden andere gr.-t.-toonladders, kl.-terts, toevallige verhoogingen en verlagingen en triolen behandeld. Het vierde stukje bevat oefeningen over alle toonladders (met dubbelkruisen, enz.), oefeningen met syncopen, enz. Ook bij het uitmuntendste onderwijs zal men in de lagere school deze vier deeltjes wel niet kunnen behandelen: de twee eerste geven stof genoeg.

Bij de zangboekjes behoort een klein werkje, tot handleiding voor den onderwijzer bestemd, en „Wenken bij het gebruik der Zangboekjes" getiteld. De oefeningen worden door menig aardig lied (dat trouwens ook als oefening moet dienst doen) afgewisseld; bovendien verschenen er van de hand des heeren Worp verschillende liederenbundels voor de lagere school.

§ 85. Onder den naam van „De jeugdige zanger. Theoretische en practische handleiding bij het zangonderwijs, inzonderheid op de scholen", gaf de heer Hol zijn methode, evenzeer in vier deeltjes, in het licht.

Ook deze methode vangt met gx aan; daarna worden respectievelijk a, b en c er bij geleerd. De maat is aanvankelijk 3, de noten zijn hal ven en kwarten. Met de vier tonen g, a, b en c worden alleen seconden (groote en kleine) en tertsen (g—b, a—c) geleerd. Vervolgens wordt de toonladder door achtereenvolgende toevoeging van /, e, d en c in haar geheel gezongen en komen ook quarten en quinten voor.

Het 2e stukje bevat oefeningen over de verschillende intervallen in den gr.-t.-toonladder van c, en tal van andere, gegrond op de drieklanken van tonica, dominant en onder-dominant met hun omkeeringen; eindelijk worden de toonladders van g, f en d behandeld.

Ook hier vindt men overal tal van lieve melodieën en dichtstukjes.

Sluiten