Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

§ 86. Dc heer Worp heeft in 1897 een andere methode uitgegeven, getiteld : „ Ut-rc-vii. Zangmethode voor dc lagere schoor. De daarin gevolgde leerwijze noemt men de sol-Ja-methode. De grondtoon van eiken toonladder wordt ut of do genoemd, en verder gebruikt men de volgende namen:

do—re—mi—fa—sol—la—si 1 2 3 4-5 6 7.

In een stukje in g geschreven is dus g do. d sol, fis si, in een liedje in bes is bes do. es fa. g la, enz. Met kruisen en mollen lieeft de zanger dus alleen in zooverre te maken, als hij daarnaar den grondtoon (do) moet berekenen: wel heeft hij natuurlijk met toevallige verhoogingen en verlagingen te rekenen.

Door deze methode vervallen de moeilijkheden, verbonden aan het leeren zingen der verschillende toonladders.

Daar do op verschillende trappen staat bij een stukje in d onder de ic lijn, in ƒ tusschon de eerste en tweede, enz.), staan ook re, mi, fa, enz. al naar den toon, waarin het stukje geschreven is, op verschillende hoogte, en moeten do leerlingen dus geoefend worden in hot lezen in de onderscheiden toonschalen.

Die moeilijkheid is vermeden in de volgende methode.

§ 87. In de laatste jaren is het cijferschrift in ons land meer en meer in gebruik gekomen.

In 1881 verscheen Dc Lange's „Zangschool. Handboekje voor muziekonderwijs, toegepast op den zang, volgens dc grondbeginselen der methode Galin-Paris( hevc*. De vier deeltjes van dit werkje hebben een niet onbelangrijken invloed uitgeoefend. Op vele scholen is met de Chevé-methode een proef genomen, die uitnemend slaagde. Zangboekjes, die dc melodieën in cijferschrift bevatten, zijn er reeds vrij wat.

Sluiten