Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Noem de parallel-toonladder van: a, c, f, g, d (kleine terts), c, d, a, g, bes, es (groote terts).

Schrijf op de harmonische kl.-terts-toonladders (open afgaande) van:

a, d, f bes, b, fis, cis.

Schrijf van dezelfde de melodische kl.-terts-toonladders op, ook op- en afgaande.

Welke toonladders zijn in den eersten graad verwant met:

c, d, g, f, bes, (groote terts), a, e, b, d, g, (kleine terts).

Wat zou men onder verwantschap in den tweeden graad verstaan?

Noem twee toonladders, die in den tweeden graad met c gr.-t. verwant zijn.

Transponeer de Nos 24 en 2s een halven toon lager, de Nos. 26 en 27 een halven toon hooger.

41—45. Schrijf het „Wilhelmus van Nassouwen" op, en verdeel het stukje in perioden en satzen.

Doe evenzoo met het Engelsche volkslied.

Zoek in uw zangboek een voorbeeld van een verbindingsgang.

47—49. Wat beteekenen de volgende woorden (de beteekenis kunt ge vinden, met behulp van de verklaarde woorden in § 47):

largo assai. allegretto moderato, vivacissimo, piü allegro, allegro assai?

Wat zouden de volgende afgekorte woorden beteekenen: rail., aeceler., rit., ritart. ?

Sluiten