Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en voor goed geschapen werden in dien eersten tijd van het ontstaan der wereld, maar nog steeds, hoewel zeer langzaam, veranderen. Het atoom van de eene stof zou dus nu ook nog een atoom van een andere stof kunnen worden. In èèn geval heeft men dit reeds kunnen waarnemen en wel bij het in alle opzichten wonderbare radium.

Het atoom van het radium is, naar het schijnt, onder de abnormale drukking in het inwendige der aarde reeds aangegroeid tot een grootte, die maakt dat het bij ons, onder normale verhoudingen, niet meer kan blijven bestaan. In het binnenste van dat groote atoom schijnen onophoudelijk botsingen plaats te vinden van de daar rondwervelende enkelvoudige lichaampjes, want wij nemen waar hoe er van deze stof een onafgebroken hagel uitgaat van die allerkleinste lichaampjes, die wij electronen genoemd hebben; en ook grootere, maar die toch steeds nog heel veel kleiner zijn dan het kleinste scheikundige atoom, worden uitgeslingerd en zulks met snelheden, die trapsgewijze dalen, van af de snelheid des lichts, al naar de grootte der deeltjes.

We hebben in het radium een uiteenspattende atomen-wereld voor ons, die, juist zooals we zagen bij de nieuwe ster in de Perseus, zijn omgeving wederom vervuld van zijn uitstralingsproducten tot aan de oeratomen toe. En nu heeft men werkelijk kunnen waarnemen, dat zich uit deze oeratomen van het radium nieuwe, grootere atomen vormen. Ramsay sloot die „uitstraling" van het,radium, welke een lichtgevend gas is van zoo ongemeene fijnheid, dat men het gewicht zijner atomen niet meer kan vaststellen, in een glazen buis af en daarin werd het wonder voltrokken, dat dit onbekende gas zich na weinige dagen langzaam, doch onafgebroken in helium veranderde, de op een na lichtste van alle stoffen. Daar hadden zich dus op een wijze, overeenkomstig aan onze veronderstellingen, om zoo te zeggen onder onze oogen, atomen van ongekende kleinheid samenge-

HOE DE WERELD ONSTAAN IS. ...

Sluiten