Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voegd tot helium-atomen; daar waren nieuwe atomenwerelden ontstaan.

Al kan nu ook het atoom, het levende wezen, het hemellichaam als op zichzelf staand wezen, het tot niet meer dan een bepaalde grootte brengen, toch is het dit atoom gegeven zich weder tot nieuwe, grootere georganiseerde lichamen aaneen te sluiten, uit atomen-groepen worden moleculen, uit moleculen de zichtbare voorwerpen uit onze omgeving, uit aparte cellen wordt het levende lichaam opgebouwd en de gezamenlijke levende wezens op onzen aardbol kunnen we, in'hun in elkaar grijpende werkingen wederom opvatten als één organisme, dat nog altoos in wording is. Tenslotte ontstaan uit verzamelingen van moleculen hemellichamen en uit zwermen van zonnen Melkwegstelsels. Van onzen onzichtbaren microcosmus van atoomwerelden stijgen we weer op naar den macrocosmus der hemelruimte, die wegens zijn onmetelijke grootte weer evenmin onder het bereik onzer zinnen valt als die andere, laagste trap van wereldvorming. We willen nu de ontwikkeling der wereldlichamen op dien bovensten trap weer verder volgen.

In de oorspronkelijke nevelmassa zal hij dat wereldscheppende opeenbotsen, dat wij als het uitgangspunt voor onze beschouwingen aannamen, de materie niet gelijkmatig verspreid zijn over de betrokken ruimte.

Bij den nevel om de nieuwe ster in Perseus zagen we dan ook duidelijk de afzonderlijke lichtknoopen. Er vormen zich, ongelijkmatig over de ruimte verdeeld, bijzondere centra van verdichting en de geheele massa valt dus langzamerhand in afzonderlijke lichtpunten uiteen, wanneer zij althans nog langer blijft lichten. Verschijnselen van dien aard bestaan dan ook werkelijk aan den hemel, nevels, die zich bij een nauwkeuriger beschouwing in een onmetelijk groot aantal afzonderlijke steren oplossen, maar toch in den spectroscoop onmiskenbaar den gasvormigen toestand der geheele massa verraden. Dit zijn dus

Sluiten