Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Naast deze onregelmatigheden blijkt nu verder dat er van den Melkweg uit over den heelen hemel een wondere rangschikking der sterren uitgaat. Wanneer men n.1., aan den Melkweg beginnend, de sterren telt en daarbij loodrecht van den Melkweg voortgaat naar de beide punten, die overal evenver van den Melkweg verwijderd zijn, de polen van den Melkweg, dan ziet men met verbazing dat de sterrenmenigte regelmatig, trapsgewijze in dichtheid afneemt. Dit geldt voor de zwak-lichtende als voor de helder stralende; alle groepeeren zich volgens een algemeene regel om den "" Melkweg. Men moet zich op grond daarvan dit onmetelijke sterren-complex voorstellen als een lens, die vrijwel gelijkmatig gevuld is met millioenen sterren, al lijkt het midden dan ook iets armer aan sterren dan de ring daar om heen. Onze zon bevindt zich in deze middelste streek een weinig ter zijde van het middelpunt zelf. Volgens nieuwere onderzoekingen is de Melkweg echter toch geen eigenlijke ring, doch een onmetelijke op verschillende plaatsen geschuurde spiraal met verscheidene wendingen.

De allergrootste gedaante aan den hemel, die al het ons bekende in zich opsluit, bezit alzoo dien zelfden spiraalvorm, dien wij bij zijn deelen zagen ontstaan door het samenbotsen met een andere massa. Wanneer we dus ook hier van hetzelfde gevolg hesluiten tot een zelfde oorzaak, dan moet er buiten het voor onze waarneming nog toegankelijke heelal een ander heelal zijn, waaruit dat andere lichaam kon komen. Wellicht hebben wij in de Magelhaensche Wolken deze indringer van buiten het heelal voor ons. Konden wij eens uit de richting van een pool van den Melkweg een blik slaan op dit heelal dan moest het blijkbaar zeer veel gelijken op den op blz. 8 afgebeelden nevel in de jachthonden, die ook buiten zijn spiralen zijn „Magelhaensche Wolken'' heeft. Van het allergrootste tot in het allerkleinste herhaalt zich aldus dezelfde rangschikking der materie, van het Melkwegsysteen tot aan de atomen toe: het zijn

Sluiten