Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op de jonge aarde viel. Toen echter had dit mooie icht geen ander doel dan de eerste plantenwereld

Z.JT V00rtw?ekeren' vvant naar verhouding bestonden er in dien tijd slechts weinig landdieren,

E u de ?°S te sterk koolzuur houdende

lucht schadelijk voor hen was. De planten voltrokken aldus een voor de latere ontwikkeling van het dieren-

vaTluchÜnUg bU"e"geWOOn gewichtiS P™*5

De plantenwereld uit den steenkooltijd bestond hoofdzakelijk uit reusachtige varens, mossen en schaamgrassen (paardenstaarten), die ook heden nog als armzahge epigonen van een tijd, waarin hun voorvaderen de wereld beheerschen, in moerassige streken voorkomen en overal zooveel mogelijk het rechtstreeksche wel eerst een schemerend licht door de nog altoos duistere atmosfeer gedrongen zijn. Geen enkel gewas uit die tijden bracht bloesems voort, wier veelkleurige pracht alleen in helderen zonneschijn ontstaan kan. Ue steenkoolplanten behoorden uitsluitend tot de klasse der kryptogamen, der bedektbloeienden, bij (Ikt gelijk bijv*, bij de varens, de vruchten onder de bladen rijpen, zooveel mogelijk voor het licht beschut, doch daarentegen zooveel mogelijk blootgesteld aan de uit de aarde komende warmte

Naast deze kruidgewassen, die tot reuzenboomen opgroeiden, treden nu ook voor 't eerst de naaldboomeii op, werkelijke boomen dus, die zich eveneens, zij het dan ook in andere soorten, tot op den huldigen dag gehandhaafd hebben, ja, nog steeds verreweg de overheerschende boomsoort zijn. Palmen o loofboomen, die hun bladeren afwerpen in 't algemeen waren er toen nog niet. '

In deze oerwouden van reuzen-onkruid leefde een een nog zeer weinig ontwikkelde dierenwereld die voor t grootste deel uit insecten bestond. Met name bouwden de termieten, die groote, mierachtige dieren, welke ook nu nog de tropische gewesten bewonen, eeds toen hun kunstvolle woningen in de groene schemering van dieinHcrkwaardigen tijd. Het scheen

Sluiten