Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET LIED VAN „DE PES".

Wijze: Zoo als het begint.

Fes was een kerel groot en sterk, Hij collecteerde in de kerk,

De ooievaar had hem gelegd In Katendrecht.

Naar Brussel maakt' hij eens een marsch, Al kend' hij van de taal geen snars, Dat had men hem nooit uitgelegd In Katendrecht.

Hij ging naar Brussel met veel vuur,

Maar bleet' er maar een twee, drie uur: Hij had 't diner niet afgezegd In Katendrecht.

Sluiten