Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van der vaderen erfdeel. Te zeggen, dat de Vrijstaat vermoedde, dat ook hij toch in den Raad der Boozen te Londen was bestemd om te verdwijnen, schijnt een onjuiste en onbillijke verklaring van het manmoedig besluit der Vrijstaatsche patres conscripti om hun woord gestand te doen. Geen zucht naar zelfbehoud, maar mannenplicht alleen heeft buiten twijfel den Vrijstaat genoopt de wapenen op te nemen. President Steyn's rede in den Volksraad van 22 September 1899 — nog onlangs door den oud-staatssecretaris Reitz weergegeven in dit maandschrift — bewijst het voldoende; en ieder, die weet wie Christiaan de Wet is, begrijpt thans wat zijn antwoord moet geweest zijn op het plechtig, aangrijpend woord van het hoofd van Staat, al kon hij het ook niet meer met zijn stem bezegelen in 's lands vergaderzaal.

Is het nog wel noodig voor Nederlanders, die met gespannen aandacht, vaak met trillende zenuwen, de oorlogsberichten hebben afgewacht en gelezen, te gewagen van de kloekheid dezer drie aanvoerders te velde? Te herinneren aan hun onversaagdheid, in het aangezicht des doods, hetzij aan het hoofd van groote legerbenden, hetzij slechts van een handvol getrouwen vergezeld? De oorlog heeft lang genoeg geduurd, en hun oorlogsdaden zijn groot genoeg geweest, om den roem van hun dapperheid tot in de verste hoeken der wereld te verspreiden. Eenzelfde moed bezielde hen; verschillend was misschien slechts de wijze, waarop zij hem openbaarden: Louis Botha, de jongste der opperbevelhebbers, wien zelfs in de ure van het grootste gevaar zijn frissche levenslust en aanstekelijke blijmoedigheid niet verlieten; de la Eey, de stoere ijzervreter, voor wien een diepe ernst de onafscheidelijke gezellin bleef ook bij den grootsten voorspoed zijner wapenen, de oogenschijnlijk onaandoenlijke Calvinist, dien rampspoed meer nog tot energie leek te prikkelen dan zegepraal; de Wet, dien de Engelschen den minder hoffelijken, maar veelzeggenden bijnaam van „the daring beggar" hebben gegeven; de Wet, wiens naam de verpersoonlijking is van dapperheid

Sluiten