Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geleden te Brussel een einde aan zijn leven heeft gemaakt. Meyer ging met verlof naar Pretoria en Botha werd als zijn plaatsvervanger aangewezen, met den titel van plaatsvervangend vechtgeneraal. Toen hij eenmaal, al was het dan ook maar tijdelijk, een voorname plaats onder de Boeren-aanvoerders innam, was het voor Botha met zijn alles veroverende populariteit, vrucht vooral van zijn beminnelijkheid, een lichte taak zich zoo vast in het zadel te zetten, dat noch de wederverschijning van Meyer op het oorlogstooneel, noch zijn betrekkelijk jeugdige leeftijd — hij was toen eerst 36 jaar — noch de naijver van sommige oudere collega's daarin verandering konden brengen. En zoo groot was toen reeds bet vertrouwen in den jongen generaal, dat hem door generaal Schalk Burger, die na den mislukten tocht van generaal Joubert naar Estcourt, waarbij deze door een val van het paard zich zoo bezeerde, dat hij ter verpleging naar Volksrust moest gaan, als waarnemend commandant-generaal optrad, de verdediging van de Toegela-stellingen werd opgedragen. Botha heeft op schitterende wijze deze keuze gerechtvaardigd. Hij was het, die op 15 December 1899 een sensatie in de heele wereld verwekte en het machtige Engeland met rouw en diepen kommer over den afloop van den oorlog vervulde. Hem komt de eer toe, bewerkt te hebben, dat de grijze Roberts, veldmaarschalk van het Engelsche leger, in allerijl met eeu nieuw legerkorps naar Zuid-Afrika moest vertrekken en dat Buller's opperbevelhebberschap na een kortstondig bestaan een einde ging nemen. Botha's naam was plotseling wereldbekend. Maar zijne bescheidenheid — en dit heeft meer dan iets anders de hoogheid van zijn karakter aan het licht gebracht — bleef even groot als vóór zijn succes, 's Avonds gaf hij aan de Transvaalsche regeering bericht met deze eenvoudige woorden als inleiding van zijn telegram: „De God onzer vaderen heeft ons heden een schitterende overwinning gegeven." Later seinde hij meer bijzonderheden en o. a. drukte hij zich daarin ongeveer aldus uit: „Ik vond het tellen van de Engelsche

Sluiten