Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

corps, dat onder Hendrik Schoeman nabij Colesberg diende, bracht ik op een goeden Zondag een bezoek aan de la Rey's lager, een uur of vier te paard naar den spoorweg toe. Het was kort voor Cronjé's val in 't noorden. Ook hier had de la Rey schitterend werk gedaan en Schoeman's nalatigheid en lafhartigheid goed gemaakt door een reeks verpletterende slagen, die een oprukken tot dicht bij Nauwpoort mogelijk maakten. Ik stelde den gewezen commandant van een der Duitsche corpsen, die mij daarom verzocht, aan de la Rey voor. De man, die landmeter was, wenschte den generaal mede te deelen, dat hem door de regeering de opdracht was gegeven de Boerenstellingen op te nemen en vroeg daartoe zijn toestemming. De la Rey vertrouwde hem al niet op het eerste gezicht en deelde hem beleefd mede, dat hij zijn stellingen niet in kaart gebracht wenschte te zien. Bij het weggaan vroeg hij mij, of ik den man goed kende. Ik antwoordde: „Nog niet." „Welnu," zeide de la Rey, „deze week zijn mij weer een paar Johannesburgsche rapportgangers naar den anderen kant (de Engelschen) gereden, maar deze is ook niet te goed om zijn kaarten daar te brengen." Dat gebeurde niet, misschien wel buiten de schuld van den landmeter. Maar toen de Engelschen Johannesburg binnenrukten, was de man al maanden bezig geweest in hun belang te werken. In een oogwenk had de la Rey den verrader meenen te herkennen en hij had goed gezien. En hoeveel meer zag hij er nog!

Des te meer moet men de geestkracht bewonderen, die hem bijbleef bij al de bittere ondervinding, die hij moest opdoen aangaande het plichtsbesef en de trouw van honderden en honderden burgers. Maar hij bleef gelooven, dat een rechtvaardige zaak niet door de schuld van eenigen kon te loor gaan, waar velen hun woord en plicht niet verzaakten. Hij is blijven gelooven tot het laatst, en met dat geloof heeft hij wonderen verricht. Het gaf hem de kracht zijn ijzeren wil door te zetten zonder vrees voor de ontevredenheid of afkeuring zijner burgers, als hij de innige overtuiging had dat het

Sluiten