Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar zijn mannen, die in Oost- en West-Indië den lande gediend hebben, niet lang genoeg om op Bronbeek opgenomen te worden *), en die bij hun terugkeeren hunne verwanten, betrekkingen en vrienden niet terug vindend en geen ambacht geleerd hebbende, geen ander middel weten om aan den kost te komen dan te bedelen en naar de bedelaarsgestichten gezonden te worden. Daar zijn mislukten van allerlei aard, mannen, die in hun jeugd de hun aangeboden gelegenheid om te leeren en zich te bekwamen moedwillig ongebruikt gelaten hebben; zonen van ouders, die hunne kindei'en verwaarloosden; menschen wien het van den aanvang af aan de noodige geestkracht ontbroken heeft om den strijd voor het bestaan te voeren; mannen, die in dien strijd zijn ondergegaan en dientengevolge hun geestkracht zagen verdwijnen; mannen, die door het ongeluk vervolgd, den moed lieten zakken, anderen, die hun troost bij de flesch zochten, mannen die van ouder tot ouder tot een bedelaarsgeslacht behooren, zonen van ordentelijke, werkzame lieden, die door eigen schuld, door verkeerde invloeden, door slechte raadgevers of kwaad gezelschap te gronde gericht werden. Zoo komt dan de gewezen polderjongen samen met den gewezen onderwijzer der jeugd ; zoo komen er mensclien die hooge betrekkingen bekleed hebben zoowel als zij die uit de heffe des volks zijn voortgekomen."2)

Wat de heer Brinkgreve hierop liet volgen over de orde en rust in de koloniën, in verband met den aard

') Dit is niet geheel juist. Velen zijn te Bronbeek geweest, maar geraakten er weer vandaan.

l) Zie verder over deze bevolking:

Gids 1901. Toevluchtsoorden en bewaarplaatsen.

Tijdsehr: v. Strafrecht 1902. Iets over landloopers en bedelaars, n * ft 1903. ff n n n n

Sluiten