Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een priesteres in hare omgeving is. Naar het schoone gezegd? van Kardinaal Von Diepenbrock: „Als de lieve God in 't hart der vrouw zijn altaar opslaat, dan wordt het geheele huis eene kerk."

Toen Schaepman professor was op het Seminarie, ging hij bijna geregeld eiken Zondagavond bij zijne moeder in Arnhem doorbrengen. Op zijn aandrang, meer dan uit eigen verkiezing, nam zij in 1877—'78 des zomers haar intrek te Zeist, en dan ging er nauwelyks een dag voorbij, dat zij geen bezoek kreeg van haar zoon uit Rijsenburg.

Haar overlijden vervulde zijn kinderhart met matelooze droefheid, die zich wel niet openlijk uitte in diepgevoelde lykzangen. „Hen legt de palmen der herinnering op het graf van vader en moeder in stilte neer, geheel zonder omgeving,alleen"! — zoo getuigde Schaepman naderhand, bij gelegenheid van zijn zilveren priesterfeest. Maar op het bidprentje zijner moeder schreef hij, als een variatie op het Salve llegina, de aandoenlijke dichtregels:

Wees gegroet, o Koninginne

Moeder van barmhartigheid,

Die hier hope geeft en leven

Aan het kind, dat tot U schreit.

Uit dit dal van vele tranen

Komt een moeder tot Uw troon,

Draag haar op Uw moederarmen In de glorie van Uw Zoon.

Het huwelyk der echtelieden Schaepraan-la ('hapelle werd gezegend met zeven kinderen, waaronder slechts één meisje, Jacoba, dat weinige maanden na de geboorte stierf. Zes stevige jongens werden groot, waarvan onze Herman de oudste was en thans nog vier in leven zijn. Een woelig gezelschap, dat zestal Hollandsche jongens, op wie de schalksche levendigheid van Papa in gewis niet-verminderde uitgaaf scheen overgegaan!

Herman vond te Tubbergen geschikte leeraars, in den heer Pleij , die hem de Nederlandsehe taal, en in den heer Ter Marsch, die hem in het Fransch en Duitsch onderwees. 1 Te oordeelen

1 Dr. J. ten Brink en Verz. Dichtw. t. a. p.: De Tijd 22 Jan. Tweede Blad.

Sluiten