Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoe de ontluikende dichter er destijds uitzag? Naar zijn eigen bekentenis: „houterig, styf, verlegen" (t. a. p.). Met iets lummelachtigs aan zicli, als iemand die uit zyn krachten is gegroeid. Met een droomerige uitdrukking in zijn magere trekken, waar tevens een tinteling van ondeugenden humor in zijn grijsblauwe, achter een bril glinsterende oogen. Zoo moet wel ongeveer het uiterlijk zyn geweest, toen hij aan zijn vader, die immers ook zoo van grapjes hield, een nieuw portret stuurde met het spottende bijschrift:

Zie vaderlief, 't beeld van Uw eersten spruit, De aapachtigheid kijkt hem de oogen uit!

Na „excellent" — zoo luidde het zeldzaam pracdicaat, dat hij meekreeg van het Seminarie — zyne studies te hebben volbracht, werd Schaepman 15 Augustus 1867 priestergewyd. Omdat hy ruim een halfjaar te jong was en de noodige dispensatie niet tijdig overkwam, had zyne priesterwijding niet plaats te zamen met die van zyn overige klasgenooten, op Sint Laurensdag, maar op het Feest van Maria-Hemelvaart, tegelyk met die van den tegenwoordigen pastoor van Zeist W. B. (x. Jansen, die in hetzelfde geval verkeerde.

De wijding geschiedde in de kathedraal te Utrecht, door Mgr. A. I. Schaepman, toen bisschop van Hesebon i.p. i., coadjutor en vicaris generaal van den aartsbisschop Mgr. Zwysen. Deze bloedverwant1 heeft op den verderen levensloop van onzen jeugdigen priester een zeer grooten en heilzamen invloed uitgeoefend. Weliswaar had de theologant Schaepman reeds in bijzondere mate de aandacht getrokken van Mgr. Zwysen, die „zich met den kleinen seminarist wel heeft willen bezig houden en hem den weg naar Rome bereidde".2 Maar zijn vaderlijken leidsman en grootmoedige» Maecenas vond de nieuwgewijde priester in Mgr. A. I. Schaepman, den lateren Aartsbisschop van Utrecht (1868—'82), over wien de Doctor geen geheim

1 De vader van Mgr. en de grootvader van dr. Sch. waren broêrs.

2 Aangehaalde dankrede.

Sluiten