Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van professor Friedrich en sommigen van diens medestanders.1 Wederom een jaar verder schilderde hij de hartstochtelijke welsprekendheid van Cavour en Mazzini in tegenstelling met de spontane en profetische welsprekendheid van Pius IX, „zoo vertrouwelijk en altijd zoo koninklijk, dat men van een improvisators spreken zou, indien deze improvisatore geen harpe Davids droeg." 1

Zoo nam Schaepman, van zijn bijna tweejarig verblijf in Rome, een overvloed van kostbare herinneringen mee, die hij naderhand, als dichter, prozaschrijver en redenaar, met volle handen om zich heen zou strooien. „Iemand is wel doof, als hij den voetstap der groote geesten niet hoort, die hem te Rome steeds vergezellen", heeft kardinaal Wiseman eens verklaard. Zoo duidelijk als wel ooit een vreemdeling deed, heeft Schaepman dien majestueuzen voetstap der groote geesten verstaan en de echo ervan heeft voller dan iets ter wereld door geheel zijn openbaar leven en werken geklonken.

Of hij te Rome veel theorie en wetenschap in den engeren zin heeft opgedaan , valt te betwijfelen. Wel volgde hij nu en dan college's van beroemde professoren als Franzelin, Perrone, Ballerini en anderen. Maar zelf bekent hij: „Het meest en liefst bracht ik mijn morgen door op den Palatijn." ' En was het toen eigenlijk wel een tijd om rustig aan de studie te blijven:'

De veelbewogen dagen gingen als onweêrszwangere wolken voorbij. Telkens vertoonden zich nieuwe, heil- of onheilspellende teekenen aan den horizont. Men zou wel een oude boekenwurm moeten zijn, om zich dan op te sluiten in het studeervertrek. Zeker niet de 24-jarige Schaepman, tintelend van levenslust en zucht naar groote daden, met een scherpen blik voor alle verschijnselen des tijds en een warmkloppend hart voor alwat schoon en verheven is.

Toen hij in Juli 1870, na schorsing van het Vaticaansche Concilie, huiswaarts keerde, zal de doctorshoed, dien hij destijds

• T. a. p. 51—101. « T. a.p. 213. 3 Verz. Dichtw. XXXVI. XXXIV

Sluiten