Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

reclit tegen protestantsch verweer" (1892); zijn verhevene en diepzinnige trilogie: „S. Thomas van Aquino" (1898); zijn geweldige polemiek: „Bolland en Petrus" (1900).

Xaar aanleiding van dit laatste geschrift werd de insinuatie vernomen, dat Schaepman door andere roomsclie geleerden zou geholpen zijn aan argumenten, citaten en teksten, om de houwen van zijn geestelijk zwaard te verscherpen. 1 Wie zoo in ernst zou gelooven, heeft Schaepman niet gekend. Zijn fierheid duldde nauwelijks, dat hij door anderen geholpen werd; zijn eerzucht rustte niet, alvorens het onderwerp, dat in behandeling kwam, geheel onder de knie was gebracht.

Toen hij met Alberdingk Thym polemiseerde over het moderne tooneel, liet hy van de firma Xijhoff een groote kist vol Fransche en Duitsche tooneelliteratuur naar Rijsenburg komen: na enkele weken was hij al dat materiaal behoorlijk meester!

Een wetenschappelijke titel is van officieele zyde in ons vaderland aan Schaepman nooit toegekend. Green onzer vier hoogescholen achtte hem een eeredoctoraat waardig, en de Koninklijke Academie van Wetenschappen hield angstvallig haar specialiteiten-deurtje voor dezen encyelopedischen geleerde dicht.

Ruimer van wetenschappelijk inzicht toonde zich de Alma Mater van Leuven, toen zy in 1883 Schaepman benoemde tot doctor honoris causa in de wijsbegeerte en letteren.

Verreweg het grootste gedeelte van zijn ambulant leven bracht Schaepman te Rijsenburg door. Wanneer een drukke Kamerzitting of woelige verkiezingscampagne voorby was, dan zocht hij bij voorkeur rust op het Seminarie. In latere jaren kwam hij bijna geregeld des avonds van zijn veelvuldige excursies naar huis. Boven de vrije kamers, die hij eenigen tijd in de Papenstraat, zelfs boven het eigen huis, dat hij naderhand in de Nieuwe Schoolstraat te 's Hage bewoonde, ging hem toch altoos zijn ruime en gezellige, artistiek gemeubelde 2 kamer op

' Holl. Revue 5e jaarg. blz. 568.

2 Vgl. Jan Kalf in De Violier 13 Febr. Herdenkingsboek blz. 32.

Sluiten