Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Seminarie. Daar vond hij steeds aangenaam gezelschap, bij zijn boeken of bij zijn collega's, waarvan sommigen tot zijn intiemste vrienden behoorden. Daar gevoelde hij zich immer thuis gelijk nergens ter wereld.

Of hij voor zijn leerstoel te Rijsenburg het professoraat in de Nederlandsche letteren te Leiden, dat hem, naar men zegt, door minister Heemskerk werd aangeboden en daarna, op zijn aanbeveling, aan Dr Jan ten Brink, misschien zou geruild hebben, indien niet de politiek hem toen reeds ingepalmd had, — wie zal het zeggen?

Voor het Aartsbisschoppelijk Seminarie is het een buitengewoon voorrecht geweest en zal het steeds een der schoonste gloriën zijn, Dr. Schaepman gedurende ruim 32 jaar onder zijn hoogleeraren te hebben behouden.

LETTERKUNDIGE.

Zijn eersten dichterroem verwierf Schaepman als 22-jarig seminarist door zijn anonieme uitgave van De Paus. Naar aanleiding van dit sensatiemakend gedicht zou de grijze Jakob van Lennep hebben uitgeroepen: „Vondel is onder ons verrezen !" 1 De wel-ingeliclite Nuyens maakt ervan, dat Van Lennep heeft gezegd: „Een nieuw dichter der Altaergeheimenissen is weder opgestaan." 2 Thans echter kan men gerust aannemen, dat Schaepman aan deze hooggespannen verwachting niet ten volle heeft beantwoord.

Zijn tweede gedicht: Be Eeuw en haar koning, „de hartstochtelijke uiting van een vlammende geestdrift, van geloof en liefde," 3 verscheen kort na zijne priesterwijding, op naam van den auteur. Evenzoo het feestgedicht Vondel, bij gelegenheid deionthulling van Vondel's standbeeld. De onvergetelijke strofen:

Rijs nog eenmaal voor mijn oogen

Fiere, heerlijke Amstelstad,

Die de schatten eener wereld In Uw grachtengordel vat:

1 Dr. W. Everts Gesch. der Nederl. letteen (1808) II. 192.

2 Eiye)i Haard t. a. p. 3 Verz. Dichtw. XXIX.

Sluiten