Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dichter ten dienste. Zijn meeste gedichten zijn bestemd om hardop te worden voorgelezen, liefst door hemzelf. — „Wel heb ik steeds de gewoonte gehad, neen den lust, om mijne verzen, voor hun uitzending naar de boekenmarkt aan anderen voor te lezen." — Wanneer hij ze dan ook voorlas, hetzij voor een groot publiek, hetzij in engen vriendenkring, dan maakten ze altoos een overweldigenden indruk. Zijn eigen bekentenis laat geen twijfel toe, waar hij schrijft: „Vondel heeft zijn ontstaan in de opdracht om te lezen. Al het overige ook." 1 En zelfs in de Narede op zijn Aya Sojia (2e uitgaaf) droomt hij van: „Zangen, bewonderd door 't luistrend gewelf"

Schaepman was een zanger, zooals de Germaansche barden en de middeleeuwsche minstreelen het waren, altoos rekenende op een begeesterd auditorium om zich heen.

De andere opmerking betreft den inliond zijner gedichten. Meermalen gaf hij onbewimpeld te kennen, niets te willen weten van: „1'art pour 1'art". Zijn poëzie was echte tendenzkunst; zyn Muze ging „meest in strijdbare kleedij";2 hij was „een priester-dichter in 't ridderharnas",3 en boven al zijn gedichten wappert de banier met de wapenspreuk: Credo, pugno.

Daarom telt men niet alleen zijn eerste en laatste, maar ook zijn meeste en beste gedichten juist onder die hij gezongen heeft voor Rome en den Paus, waarvan hij de paladijn was, de wapenheraut.

Daarom ook kón Schaepman niet uitsluitend dichter zijn en blijven. Op hemzelf is volkomen toepasselyk, wat hij eens over Paus Leo XIII schreef: „De persoonlijkheid overheerscht het dichtwerk. Het is niet met hem als met andere dichters, die de grootheid van hun persoonlijkheid vinden in hun poëzie." Maar juist „deze grootheid, deze souvereine persoonlijkheid geeft het eigenaardige aan zijn poëzie." Spel als zij somtijds, strijd voor innige en heilige overtuiging als zij gewoonlijk was, „zij is nooit beneden hem. Zij openbaart de veelzijdigheid, de breed-

1 Verz. Dichtw. XVI en XXXV.

2 Xieuwe Gedichten VIII.

3 »Van dag tot dag" Hbl. 11 Mei '99.

Sluiten