Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tijd, nog geëerd blijven als: „optime meritus de patria", als een Staatsman van ongemeene verdiensten voor het gansche vaderland.

Inzonderheid de Katholieken hebben veel, zeer veel, aan Schaepman's conciliant optreden te danken. Want zooals Mgr. de Aartsbisschop van Utrecht niet aarzelde te verklaren: „hetgeen de Katholieken in de latere jaren aan invloed en aanzien gewonnen hebben, is te danken aan het rusteloos werken van Mgr. I)r. Schaepman, die met de zeldzame gaven, hem door God geschonken, steeds trouw en eerlijk voor de rechten van Kerk en Vaderland gestreden heeft." 1

Voor de latere jaren van Schaepman's staatkundig leven kan een enkele blik in vogelvlucht volstaan. De gebeurtenissen liggen nog te versch in ieders geheugen. Stellen we op den voorgrond zijne steeds klimmende belangstelling voor sociale politiek.

Wilde hij vroeger de Staatszorg liefst beperkt zien tot het onontbeerlijke,2 op het voorbeeld van Mgr. von Ketteler en kardinaal Manning, vooral door de sociale Encyclieken van Leo XIII, kwam hy er allengs toe, de regeling van het maatschappelijk vraagstuk, ook door wettelijke maatregelen, als plichtmatig en noodig te erkennen. Grondige studie en vooral nadere kennismaking met arbeidstoestanden — bijna van meet af was hij Bondsadviseur der K. K. Werkliedenvereenigingen in het Aartsbisdom — overtuigden hem meer en meer van de onontbeerlijkheid eener goede sociale wetgeving. Hij plaatste in 1896 dit punt voorop, als nummer één, in het door hem ontworpen program der R. K. Kamerleden, en voornamelijk om aan dezen eersten plicht de hand te kunnen slaan, verlangde hy een christelijke meerderheid, welke de goede richting zou kunnen aanwijzen en aangeven. Want de sociale vraag is niet van zuiver-stoffelyken aard, doch in haar spreken zich het dui-

1 Het Centrum 4 Febr.

2 Vgl. Proeve van een Program Art. IX en XVI. XXXIV

Sluiten