Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

turnen, handenarbeid en (voor de meisjes) ook huishoudkunde.

Over verdeeling der lesuren, omvang van het onderwijs e. d. kan ik hier niet uitweiden. Alleen een paar opmerkingen mogen aan de opsomming dezer vakken worden vastgeknoopt.

Over een paar leervakken.

Bijbelsche geschiedenis en zedeleer zijn een paar critieke vakken op het onderwijsprogram. De bedoeling is, dat het hoofdgewicht geleed worde op de vorming van gemoed en karakter, het opwekken van edele stemmingen en neigingen, die het kind buiten de school in zijn alledagsleven in practijk moet brengen. Gedurende de eerste drie leerjaren is er niet van bijbel-che stof sprake en beperkt men zich tot het gedachten- en voorstellingsleven uit den allernaasten kring des kinds. Ofschoon de deelneming aan dit onderwijs facultatief is, zien wij er regelmatig en zonder uitzondering de kinderen van alle gezindten. Dat gaat zoo voort, d. w. z. zonder eenige confessioneele richting gedurende de eerste zes leerjaren, dan treedt met den geestelijke der verschillende belijdenissen de scheiding van het bijbelsch en zedelijk onderwijs in.

Als tweede leervak der volksschool heb ik de Duitsche taal genoemd. Voor een Zwitser is het Duitsch wel niet zijn moedertaal: maar toch ook niet een vreemde taal. Op de lagere school (1'rimar-schule) worden geen vreemde talen geleerd. De Zwitser spreekt Zwitsersch, d. w. z. een Duitsch dialect, waarvan een Duitscher, zooals hij het nijdig pleegt te zeggen: „kein Ton versceth". Een voorbeeld:

Uf cm Bergli isch guet labe;

Xei, mir juze niit vergabe!

Dat is Zwitsersch en luidt in Duitsch vertaald:

Auf dem Berge ist es gut zu leben Nein, wir jauchzen nicht umsonst!

Wijl deze dialecten in Zürich, Bern, Bazel en bijv. Schafifhauscn heel wat uit elkaar loopen, wordt allen kinderen in de school z.g. kurrent Deutsch geleerd. In de Fransche kantons leeren de kinderen Fransch en in de Italiaansche kantons Italiaansch.

Sluiten