Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

JAAK EN HET KIND.

Dat kind dacht er niet aan dat zij ons hitje pijn deed, maar Jaak was er toch niet op gesteld dat het zoo uit al haar macht aan zijn staart trok.

Toen dacht Jaak zeker bij zich zelf: »IIoe zal ik dat kleine meisje nu toch aan haar verstand brengen dat ik niet graag zoo aan mijn staart getrokken word? Als ik haar een trap geef, dan maak ik haar dood, en ik wil geen kind dood maken. Maar ik wil ook geen pijn aan mijn staart, hebben. \\ at nu te doen?«

Toen tilde Jaak zijn poot op en drukte die heel zachtjes tegen de borst van het meisje, zóó zachtjes dat het haar volstrekt geen pijn kon doen.

Maar het kleine ding schrikte er toch geweldig van, liet den staart los, en zette het op een loopen en schreeuwen. En ze trok sedert dien dag nooit weer een paard aan zijn staart, en dat was maar goed ook; want niet alle paarden zijn zoo zacht en bedachtzaam als Jaak. De meesten maken korte metten en trappen de stouterds omver.

Sluiten