Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Iv worden op dezelfde wijze verbonden als rf en Ij. Bij rv blijft de /• binnen de lijn, terwijl bij Iv de l een halve lijn hooger wor<it geschreven dan het bovenste gedeelte van de r. Zie de voorbeelden in de tabel.

In deze tabel leeren wij de eerste voorvoegsels en wel ver en voor. Inplaats dat wij veelvuldig voorkomende voor- of achtervoegsels voluit schrijven, nemen wij daarvoor vaste verkortingen, die tocl) zoo gekozen zijn, dat zij in logische verhouding staan tot het geschreven woord. Zoo nemen wij dan voor ver een dunne en voor voor een verdikte v. Een voorvoegsel wordt zoodanig verbonden, dat het onderste gedeelte een half lijntje onder het aanvangspunt van den aanvangsmedeklinker blijft. Bij de ovalen r en I worden de voorvoegsels van onderen verbonden.

Bij woorden niet '2 voorvoegsels schrijft men liet eerste voorvoegsel een halve lijn hooger dan het tweede. Men zie in de tabel de voorbeelden : voor-ver-talen en voor-ver-trek.

Het zal uwe opmerkzaamheid wel niet ontgaan zijn, dat onder voor nog een gegolfde lijn staat. Hiermede willen wij zeggen, dat men mor. wanneer het als alleenstaand woord in een zin voorkomt, bijv.: „Hij staat voor mij" toch verkort kan schrijven, al is hier dan ook geen voorvoegsel meer; dus een verdikte v op de o lijn.

Hier zij opgemerkt, dat niet alleen de voor-en achtervoegsels zoodanig worden verkort, maar ook veelvuldig in de taal voorkomende woorden zijn.

Wij zullen de voor- en achtervoegsels in de tabel aanduiden door het teeken = voor de achtervoegsels en achter de voorvoegsels te plaatsen. Het teeken wordt geplaatst onder zulke voorvoegsels, die nu eens op zich zelf staand voorkomen en dan weder als voorvoegsels gebezigd worden. In dit laatste geval behouden zij hun vaste plaats, boven, op of onder de lijn, zooals de tabel het aangeeft.

Voorts hebben wij nog den uitgang ij of ei. Wij nemen daarvoor een eenlijnig streepje ie schuine richting. Men geve duidelijk het verschil terug tusschen > en ei ol ij, het eerste is een half1 ijilig, het laatste een eenlijnig in schuine richting naar boven geschreven streepje. De uitgang <n is altijd waterpas. Men vergelijke 'le voorbeelden, larei. tul nier ij, droom/rij enz.

Bij i.is i>.

cm, ou. ui. in gesloten lettergreep; sp, nip.

De ni wordt van de e onderscheiden, doordat wij den slotmedeklinker niet op de hoofdlijn, maar een of wel een halve lijn

Sluiten