Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

altijd bepaald liet ophaaltje aanwezig zijn; een is dus geen vaste verkorting, maar wordt voluit geschreven. Dit neemt echter niet weg dat wij het evenals de voorvoegsels met de stamwoorden kunnen verbinden. Zie eenjarig enz. Op dezelfde wijze als wij een links open lettergreep verkregen, vormen wij ook een rechts open lettergreep. Wanneer wij schrijven teer dan bestaat het woord als rechts open lettergreep uit tee, als links open lettergreep uit eer.

Schrijven wij nu gorgel en nemen daarvan den aanvangsmedeklinker weg, dan rest ons nog orgel. liet ophaaltje moet hier dus bepaald van de lijn af geschreven worden, daar het den aanvangsmedeklinker van het woord voorstelt. De g is hier slotmedeklinker en wordt dus eenlijnig geschreven. Hetzelfde geldt voor eigen, egel enz. bij egt enz. is de g tweelijnig daar er hier een t op de g volgt.

Bij les 13.

Medeklinker ch, chr, chl.

Bij het gebruik van de cli volgen wij dezelfde regel als bij b en g. Het teeken is drielijnig en van onderen naar links gebogen en moet dus weer door middel van een lus verbonden worden, evenals wij dit in tabel 5 voor de j bespraken. Volgt op de ch onmiddellijk een r of l dan worden deze ovalen van links naar rechts iu het teeken omgehaald. Voor de verbindingen zie men de voorbeelden christen en chloor. Als slotmedeklinker schrijven wij de ch eenlijnig, voor eht schrijven wij de ch weer drielijnig II ieromtrent vergelijke men de woorden lachi n, pocln n, kracht enz.

Voor af nemen wij een verdikte ƒ op de grondlijn; als voorvoegsel verbinden wij het op de bekende wijze.

Achter wordt voorgesteld door een verdikte eenlijnige ch waarin een r van links naar rechts is omgehaald ; als voorvoegsel bekende verbindingen. Oor is een halllijnig ovaal met een r er in; alleenstaand heeft het eene vaste plaats op de o lijn.

In is een plat liggend streepje met een puntje er aan. Hetzelfde teeken kan met het puntje naar beneden geschreven worden. Men raadplege de voorbeelden.

Voor het achtervoegsel lijk of el ijk schrijven wij ijk. De k is dus hier verdikt. Aan de opwaarts geschreven d of t wordt dit teeken door middel van het haakje verbonden.

Lei is het teeken dat wij voor den uitgang ij resp. ei leerden kennen, het is een eenlijnig schuin naar boven gehaald streepje met een puntje er aan. Zie de voorbeelden.

Al is een aan de rechterzijde verdikte l; men begint liet teeken van boven te schrijven. Alle, aller enz. zie men in de tabel. Voor als schrijven wij een dunne l. Voor echter nemen wij hetzelfde

Sluiten