Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TIENDE LES.

Medeklinker N. Vervolg.

In, rn, ns; — end, =ern, —end; 011^=, ont— (ant), onder=, weder= (weer); waar= wel— n°g, noch, doch, toch, te, toe, wanneer, haar, hare, haars, harer, haren.

1. Lens,

2. Frans,

3. levend,

4. ponsen,

5. ransel,

6. naald,

7. onderdaan,

8. weerhaak, ' 9. onnut,

10. flauw,

11. nerf,

12. waarvoor,

13. flansen,

14. Hans,

15. woedend, 10. kansel,

17. wedervaren,

18. spinsel,

19. waarvan,

20. wederdooper,

21. ontroerd,

22. stuitend,

23. prinses,

24. fronselen,

25. weerloos, 20. kern,

27. nauwte,

28. sponsen,

29. wederliefde,

30. fondsen,

31. napje,

32. toorn,

33. nieten,

34. handelend,

35. kelner, 30. nochtans, 37. onjuist,

38. onlangs,

39. onverstand,

40. ontleenen,

41. onderstand,

42. antwoord,

43. onlust,

44. weerkaatsen,

45. onderhandelen, 40. onderworpen,

47. verontrusten,

48. wedervinden,

49. ontkernen,

50. onderhands,

51. toedoen,

52. ondernemend,

53. weertafel,

54. kransvormend,

55. uitmuntend, 50. verpanden,

57. voorkomend,

58. wederverkoopen,

59. levenswandel,

00. vernauwen,

01. uitnemendheid,

02. weerdruk,

63. onderteekenen,

04. toehoorder,

05. onnadenkend, 66. hoornloos, (57. onroerend,

68. vernielend,

69. ontkluisteren,

70. onderlijnen,

71. wederhalen,

72. onderruim,

73. toekuiken,

74. ontranden,

75. vooronderstellen,

76. ontfronselen,

77. ontkennend,

78. onvast,

79. haarmiddel,

80. vertui nd,

81. weerdak,

82. ontplunderen, S3. ontspruiten,

84. waarom,

85. onvertind, 80. ontplanten,

87. onomheind,

88. onderwant,

89. toeloop,

90. onderkennen,

91. wederleeren,

92. onontwikkeld,

93. toepersen,

94. onderlinnen,

95. onderwonen, 90. onthouden,

97. doornenkroon,

98. weeromstuiten-,

99. ontkernd,

100. heidenen,

101. toetimmeren,

102. ontfutselen,

103. ontloopen,

104. weerhouden,

105. ontspringen,

106. uitstekend,

107. weerkunde,

108. ontsieren,

109. weerkenner,

110. weerstand,

111. spanleder,

Sluiten