Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VEERTIENDE LES.

Samengest. medeklinker sch.

ssch, dsch, tsch, scht, msch, psch, rsch, schr, ngscli. tusschen=, op=, over=; iseh, ^schap(p). ons, onze, onzer, onzes, onzen.

1. Schans, 3ü. ondergeschikt- 71. aaneenlasschen,

2. schijnsel, [lieid, 72. overspanning,

3. schelmerij, 37. invorderen, 73. tusschenscluift,

4. schrikkeljaar, 38. heerschen, 74. tusschenweefsel,

5. blusschen, 39. drastisch, 75. opluisteren, 0. grootsch, 40. nederschokken, 76. opschroeven,

7. weidsch, 41. naschuimen, 77. ophebben,

8. boschachtig, 42. doodsch, 78. achteruitschui-

9. schalkachtig, 43. scheikunde, [ven,

10. schuwheid, 44. schalmen, 7!'. misschapen,

11. overwogen, 45. overtuiging, SU. binnenlandsch,

12. achterom, 4(5. maatschappij, 81, afraarsch,

13. gedruisch, 47. aanschoffelen, 82. onuitgewischt,

14. hu psch, 48. achterin, 83. verschotbriefje,

15. norschheid, 49. achterover, <84. Russisch, 10. onchristelijk, 50. schrifteloos, 8.>. buitenwacht,

17. onschadelijk, 51. acliternaschiete- 80. misschatten,

18. kiesch, ' [rij, <87. medeschuldei-

19. elders, 52. scharlei, |scher,

20. buurschap, 53. musclielkalk, S8. oprechtheid,

21. brieschen, 54. grootvader, 89. tusschenrang,

22. overeenstem- 55. Roomsch, 90. afdorsclien,

[mend, 50. overeenliggend, 91. maatschappij,

23. ondempbaar, 57. achterop, 92. tusschendeksbat-

24. broederschap, 58. gelijkheid, [terij, •25. Pruisisch, 59. heerschappij, 93. verschijnsel,

20. overschrobben, 00. ondergeschoven, 94. binnenwaartsch,

27. schermdragend, (51. eischer, 95. ontnederland-

28. schoorsteen wissel, 62. duurzaam, [sclien,

29. schrijdelingsch, 03. voorschrijven, 96. tusschenlijnig,

30. overig, 64. boodschapper, 97. opscherpen,

31. achteraf, 65. flesch, 9S. onuitgewas-

32. tegenbeschuldi- 60. tegenschermen, [schen,

[ging, 67. nederschrijven, 99. bijschaven,

33. voorschoenen, 68. overgalmen, 100. opleveren,

34. grootheid, 69. tegenschroef, 101. tusschenribstuk,

35. gelijkenis, 70. Duitsch, 102. schaapsch,

[mend,

23. ondempbaar,

24. broederschap,

25. Pruisisch,

2(5. overschrobben,

27. schermdragend,

28. schoorsteen wissel,

29. schrijdelingsch,

30. overig,

31. achteraf.

32. tegenbeschuldi-

33. voorschoenen,

34. grootheid,

35. gelijkenis,

Sluiten