Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ACHTTIENDE LES.

door=, terug=, daar^; naar, reeds.

1. Doorheien, 39. reu, 70. bruien,

2. daarmede, 40. puien, 77. vergasten,

3. daarentegen, 41. schuinsch, 78. zwaaikolf,

4. bui, 42. kraaiennest, 79. verluieren,

5. baaien, 43. taaiheid, 80. onvereenigbaar, (j. terughebben, 44. snoeisel, 81. evenwicht,

7. tegenschreeuvven, 45. daarbuiten, S2. voortspruiten,

8. terugwenschen, 40. doorhooien. 83. waaierdragend,

9. aangewaaid, 47. brij, 84. daarbinnen,

10. achteruit, 48. spui, 85. daarachter,

11. besneeuwen, 49. kamer, 80. doorblaffen,

12. doornaaien, 50. hou, 87. kijker,

13. schoeide, 51. keien, 88. onbevlekt,

14. doorbladerde, 52. sprei, S9. onbegrijpelijk,

15. onoplosbaar, 53. kou, 90. schuierplank, 1(5. maaier, 54. jouen, 91. breihoutje,

17. leeuwtje, 55. meierij, 92, daardoor,

18. draaierij, 56. achteroverduike- 93. uitruien, 1!>. haaienhuid, DC11> 94. kortschrift,

20. knie, 57. aankuieren, 95. evenredig,

21. drie, 58. buiachtig, 96. onontknoopbaar,

22. afschuieren, 59. oversneeuwen, 9/. rui,

23. daarbij, 60. onafhankelijk, 98. schrooimes,

24. aankruien, 01. overslingercn, 99. blei,

25. broeisel, 62. terugvorderen, 100. blij,

20. reien, 03. daarna, 101. tegenkaai.

27. daarnevens, 64. vleien, 102. lerugioeien.

28. daartegenover, <55. rugriem, 103. daarover,

29. terugslaan, 00. onafkoopbaar, 101. daarom,

30. wei, 67. opgemetseld, 105. doorknoeien,

31. zeeleeuw, 68. luiheid, 100. zaailing,

32. evenknie, <>9. terugverlangen, 107. dra,

33. voortbreiën, 70. daaronder, 108. gnoe,

34. uiteen vliegen, 71. kuierweg, 109. versnapering,

35. twijfelbaar, 72. luieren, 110. daaruit,

36. terugzwemmen, 73. daaraan, 111. uitslorpen,

37. Mei, 74. daartoe, 112. vervluchtigen,

38. nieuwigheid, 75. paaide,

113. Hij slaat spijkers met koppen. 111. Hoe tevredener men is, des te gelukkiger is men. 115. Een staat, die zijne beste krachten aan de opvoeding des volks besteedt, toont dat hij zijne belangen begrijpt. 110. I)e gilden der kooplieden waren op grooten voet ingericht. 117. Hij was hoog van jaren en het jeugdige

11. besneeuwen,

12. doornaaien,

13. schoeide,

14. doorbladerde,

15. onoplosbaar, 10. maaier,

17. leeuwtje,

18. draaierij, 1!». haaienhuid,

20. knie,

21. drie,

22. afschuieren,

23. daarbij,

24. aankruien,

25. broeisel, 20. reien,

27. daarnevens,

28. daartegenover, 2'.'. terugslaan,

30. wei,

31. zeeleeuw, 3"J. evenknie,

33. voortbreiën,

34. ui teen vliegen,

35. twijfelbaar,

36. terugzwemmen, 3/. Mei,

38. nieuwigheid,

Sluiten