Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wijze van vlag; mogelijk ziet men dat van de kust en begrijpt men dat wij in gevaar zijn.«

Zoo gezegd zoo gedaan. En Rob hield de spaan met den witten boezelaar zoo hoog hij kon, en zwaaide er mee uit alle macht. Intusschen steeg, steeg, steeg het water, langzaam maar geleidelijk, en de kinderen moesten telkens meer achteruit wijken, naar het midden van het eilandje toe, waar de steenen het hoogst uitstaken. Zij klauterden op den hoogsten steen; en daar stonden ze, hulpeloos, zwaaiend met Jet's witten boezelaar, en roepende als wanhopigen.

Ten slotte bereikte het water zelfs den hoogen steen waarop zij stonden. Jetje gilde van angst, toen zij de schuimende golven zag krullen over den rotsbodem en haar voetjes doornat maken.

»Het helpt niet,« zei Robert. «Niemand ziet of hoort ons. Maar we moeten den moed niet verliezen. Misschien stijgt het water niet tot onze hoofden. Als we dan maar stevig staan en mekaar flink vasthouden, zoodat we niet van de rots worden afgespoeld, dan komen we misschien met den schrik vrij.«

Het water stond hen nu reeds tot de knieën, en nog steeg het. Nu zei Rob tegen Jet dat zij haar beide armpjes over de spaan moest leggen. Dat deed zij, en Rob bond haar met den boezelaar zoo goed als 't ging aan de spaan vast.

«Kijk, Wouter,« zei hij, «nu kan ze niet zinken als

Sluiten