Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dan zijn moeder. En terwijl ze druk met iets bezig was, sloop hij stilletjes uit het kot, en onder de haag door op het groote erf achter het huis.

Daar zag hij een grooten hoop appelen liggen. »Aha!« zei hij, »nu ga ik mij eens te goed doen aan lekkere appeltjes! Er zijn hier geen groote hongerige varkens, om ze op te eten en mij weg te jagen. Ze zijn allemaal voor mij! En ik ben dol op appelen!«

Maar juist toen hij naar een appel hapte, schoot er een groote zwarte hond op hem af, en gaf hem een knauw in zijn oor en joeg hem het erf af.

Wat was mijn biggetje verschrikt! Hij kroop zoo gauw hij kon weer onder de haag door, en kwam kwiekend van angst en pijn weer bij zijn moeder terug, die hem nog eens danig beknorde.

Sluiten