Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE PERZIKEPIT

Er was eens een jongen en die heette Paul. Paul was een uitmuntend scholier. Hij kende zijn lessen altijd prompt en deed zijn werk altijd even keurig; ook was hij altoos gehoorzaam en vlijtig, zoodat zijn meester, die een overvolle klasse had, Paul aanstelde om de kleinsten van de school een beetje te helpen. Paul was dus helper geworden op school, en dat was een groote eer. Over 't algemeen was Paul nog al geschikt voor het postje dat de meester hem had opgedragen. Hij wist goed orde te houden in zijn kleine klas, en was vol ijver om geleerde bolletjes te maken van het domme kleine volkje dat hem was toevertrouwd.

Maar Paul had een leelijke fout, die bij dat werkje slecht te pas kwam. Hij was ongeduldig en opvliegend; en als zijn kleine leerlingen niet heel gauw kenden en begrepen wat hij hen aan 't verstand wilde brengen, dan gaf hij hen een snauw of een duw, of een «kwade noot«, of zette hen in den hoek, of stuurde hen de school uit.

Sluiten