Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat was dom van onzen knappen Paul; want als de kleine boerekindertjes hem niet dadelijk begrepen, ja, dan kou het aan hen liggen, — maar ook heel goed aan meneer Paul-zelf, die niet duidelijk genoeg gesproken had; en dan had de knappe meneer Paul het nog eens op een andere manier moeten beproeven. Als hij zoo'n kind, dat niet gauw begreep, uit de klasse wegstuurde, dan leerde het heelemaal niets, en werd op den koop toe nog boos op den onrechtvaardigen Paul.

Paul had heel gaarne onderwijzer willen worden,— maar t was de vraag of hij met zijn ongeduld en opvliegendheid wel geschikt daartoe was.... Zijn meester betwijfelde het sterk.

Op een dag, dat Paul nog ruwer dan gewoonlijk was geweest jegens het arme kleine volkje, nam de meester hem na school even ter zijde en zei: »Paul, mijn jongen, je bederft al je goede eigenschappen door die vreeselijke opvliegendheid. Op zoo'n manier word je nooit een goed onderwijzer, en mij doe je veel verdriet, want ik kan niet zien dat die arme kleintjes zoo ruw worden behandeld.«

«Maar Meneer,« antwoordde Paul, «die kinderen hebben ook zulke verbazend harde koppen! Ze begrijpen niets! Ze zijn net zoo handelbaar als een perzikepit!« *)

') De perzikepit is, zooals men weet, bijzonder hard en moeilijk te kraken.

Sluiten