Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

liggen; en daar het juist om zoo'n vervelende pit was geweest dat hij zulk een beschamend woord had moeten hooren van Meneer, schopte hij de arme pit woedend weg, een heel eind ver; daarna raapte hij ze op, zwaaide met zijn arm een paar maal boven zijn hoofd en wou ze midden in de rivier gooien, toen een vriendelijk oud vrouwtje, dat dien weg langs kwam en alles gezien had, goedig zei: »Gooi die pit niet weg, jongeheertje, daar zit een heele perzikeboom in.«

Paul keerde zich om en keek het vrouwtje aan. . . . Hield ze hem voor den gek of was zij zelve niet recht wijs? »Heusch waar,« zei het moedertje, hem lachend aanziende met haar goedige slimme oogjes; »er zit een heele perzikeboom in, met wortel en tak !«

Nu wist Paul wel alles van de naamvallen en de werkwoorden, maar van de plantenwereld wist hij niets. Aan plantenkennis werd in zijn tijd nog niets gedaan op de dorpsscholen. Hoe een perzik smaakte wist hij wel, maar hoe een perzikeboom ontstaat, daarover had hij zich nog nooit het hoofd gebroken. Hij nam dus de woorden van het vrouwtje letterlijk op, en nieuwsgierig naar het wonderkleine boompje dat hij in de pit zou vinden, probeerde hij ze met zijn tanden te kraken; — maar er was meer kans dat hij zijn stevige jonge tanden brak bij dat werkje, dan dat hij de pit stuk kreeg. Hij nam hem nu zus,

Sluiten