Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van haar zachten zetel af, haakte haar klauwtjes vast in het weeke tapijt, rekte haar lenige ledematen welbehagelijk uit, en ging toen op haar dooje gemak een wandeling maken in het park van het kasteel.

Dat park was rijk aan mooie hoo^e boomen:

eiken, beuken, linden, kastanjes; en tusschen de boomen waren breede, goed onderhouden, belommerde wandelpaden. Een dier paden leidde naar de hoeve die bij het kasteel behoorde, en die men van verre bespeurde.

Sluiten